Verslag

Verslag 2015

 

Januari 2012 was een periode met hoog water in de IJssel. De uiterwaarden waren overstroomd. Het was ook een periode met zacht weer, niet tot nauwelijks vorst. Er waren nog steeds grote groepen kieviten langs de IJssel aanwezig. In februari werd het koud met strenge tot zeer strenge vorst. Het ondergelopen land in de uiterwaarden veranderde in een ijsvlakte. De aanwezige kieviten vertrokken naar zuidelijke, vorstvrije, gebieden.

 

Vanaf eind februari zijn langs de drasweilanden langs de IJssel grote groepen steltlopers aanwezig. De vogels vinden in het drasland langs de oever voedsel om weer aan te sterken na aankomst uit de overwinteringgebieden. Deze groepen bestaan uit kieviten, tureluurs, grutto’s (waaronder ook de “IJslandse” ondersoort). Maart 2012 was een zonnige en droge maand.

 

Vanaf ongeveer 20 maart worden de eerste kievitsnesten aangetroffen. Echter het aantal aanwezig kieviten was laag: Voor de kieviten heeft in 2012 een teloorgang plaats gevonden. De laatste jaren nam de soort met gemiddeld 4% af. Echter in 2012 was de afname gemiddeld in Nederland zelfs 18%. Mogelijke oorzaak het intensieve landgebruik en de verlaging van het waterpeil. Immers de kievitstand bleef op vochtige graslanden wel gelijk (bron: Sovon Vogelbalans 2012 – boerenland). Ook speelt de felle kou in 2012 een rol. Kieviten zijn in januari naar het zuiden vertrokken, maar hadden onvoldoende conditie om de terugreis nar hun broedgebied weer te kunnen volbrengen. Door deze negatieve trendbreuk, dreigt de kievit in Nederland net als de grutto, een zeldzame broedvogel te worden.

 

April werd een koude maand en daarnaast vanaf de tweede helft van april ook nog nat. Door die kou en vochtigheid zijn er te weinig kieviten van de eerste legsels groot geworden. Door de kou in april zijn grutto’s en tureluurs pas laat, vanaf eind april, aan de leg gekomen. Vanaf de tweede helft van mei is de kou verdwenen en wordt het warmer weer. Hierdoor werd het voedselaanbod voor weidevogelkuikens ook beter. In mei zijn in diverse gebieden nog een behoorlijk aantal kieviten aan een tweede legsel begonnen. Veelal kieviten die op andere plaatsen hun nest door predatie of hun kuikens door de kou, verloren hebben.

 

In het werkgebied van Vrienden van het Boerenland van Terwolde tot Zalk zijn de volgende aantallen broedparen weidevogels geteld:

Soort 2012 2011 2010 Uitkomstpercentagegevonden  legsels 2012
Kievit
Gelderland 487 654 759

63%

Overijssel 142 135 131

74%

Totaal 629 789 890

66%

Grutto
Gelderland 106 136 122

63%

Overijssel 28 15 34

15%

Totaal 134 151 156

54%

Tureluur
Gelderland 103 92 75

67%

Overijssel 30 32 28

71%

Totaal 133 124 103

68%

Wulp
Gelderland 40 34 36

41%

Overijssel 6 5 4

80%

Totaal 46 39 40

50%

Scholekster
Gelderland 77 74 81

75%

Overijssel 14 13 15

80%

Totaal 91 87 96

76%

 

Opmerking bij bovenstaande cijfers over 2012: Het werkgebied in Overijssel is in 2012 uitgebreid met Spoolde. Dit vertekent de aantallen in Overijssel. In Spoolde werden 11 kieviten, 10 grutto’s, 11 tureluurs en 2 scholeksters geteld.

 

Ook in het werkgebied van vrienden van het Boerenland is de kievit met 20% achteruit gegaan. Ook het aantal grutto’s is weer gedaald. Maar gelukkig is er ook wat goed nieuws over aantallen. Het aantal broedpaar wulpen en tureluurs zijn wat toegenomen.

 

 

Financiën

Weidevogelbescherming kost niet alleen geld. Soms levert het ook wat op. Maar die opbrengst is in feite een kostenvergoeding voor geleverde inspanning en verlies aan opbrengst.

 

Vergoedingen voor agrariërs alleen in provinciale weidevogelgebieden

In het werkgebied van de Vrienden van het Boerenland liggen een aantal provinciale weidevogelgebieden. In Gelderland zijn dat Wilpse Klei, Wapenveldsebroek, Hoenwaard, Gelderse Waard en Aersoltweerde. In Overijssel Marle en Zalk.

 

In deze gebieden kunnen agrariërs voor hun weidevogelbeheer per hectare SNL-vergoedingen krijgen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de zwaarte van het beheer. De hoogste vergoedingen gelden voor SNL-pakketten waarbij op een perceel slechts ruige mest wordt uitgereden en waar niet eerder dan 15 juni wordt gemaaid. Agrariërs die belangstelling voor deze SNL-vergoedingen hebben, kunnen contact opnemen met Cor Heidenrijk (secretaris).

 

Agrariërs in deze gebieden vormen een collectief. En voor deze gebieden wordt jaarlijks een collectief beheerplan opgesteld door de gebiedscoördinator van de agrarische natuurvereniging. In dat beheerplan wordt op alle aspecten van het weidevogelbeheer ingegaan. Zoals maaibeleid, waterhuishouding, predatie, openheid van landschap enz. In het beheerplan kunnen agrariërs en vrijwilligers tot op perceelsniveau het afgesproken beheer terug vinden. De collectieve beheerplannen voor de Gelderse gebieden worden aan boeren en vrijwilligers door de agrarische natuurvereniging VeluweIJsselzoom ter beschikking gesteld. Ook zijn de plannen, als u deze nog niet heeft ontvangen, op te vragen bij ons secretariaat. Voor de Overijsselse gebied Marle stelt de agrarische natuurvereniging Groen Salland het collectief beheerplan op en voor Zalk de agrarische natuurvereniging Camperland.

 

Buiten boven genoemde provinciale weidevogelgebieden zijn er voor agrariërs op dit moment geen mogelijkheden meer om met de overheid beheerovereenkomsten voor weidevogels af te sluiten. Lopende beheerovereenkomsten kunnen niet verlengd worden. Afhankelijk van de ligging van uw perceel kunnen aflopende weidevogelovereenkomsten misschien nog wel omgezet worden in botanisch beheer. Ook daarvoor kunt u contact opnemen met ons secretariaat.

Ook Vrienden van het Boerenland heeft op dit moment niet (meer) de financiële middelen om agrariërs buiten de provinciale weidevogelgebieden een vergoeding voor uitgekomen nesten te betalen.

 

Vergoedingen voor vrijwilligers

In de weidevogelgebieden wordt aan vrijwilligers geen “vinders”-vergoeding voor nestmarkering betaald.

In de overige gebieden kennen we nog wel een kostenvergoeding:

-        Per uitgekomen, gemarkeerd nest van een grutto, tureluur of wulp kunnen vrijwilligers hier een bedrag van € 5,00 krijgen.

Na het inleveren van de resultaten kan de totaal-vergoeding bij de penningmeester van Vrienden van het Boerenland worden aangevraagd.

 

Vergoedingen voor bestuur

De bestuurders en coördinatoren van Vrienden van het Boerenland zijn ook vrijwilligers. Zij ontvangen geen vergoedingen voor hun werkzaamheden.

 

Financiële verantwoording Vrienden van het Boerenland over 2015

Zie bijgaand bestand

financieel jaaroverzicht 2015